Improviseren voor gevorderden

Improviseren voor gevorderden

OM-bestuursleden van de NVvR vertellen wat de hack deze zomer voor hen betekende.  

Bron: Trema 13 / najaar 2025

Bote ter Steege, senior officier van justitie parket Amsterdam en vice-voorzitter van de NVvR

‘Overbelaste servers, waardoor thuis inloggen regelmatig niet lukt, een traag en regelmatig met storing kampend GPS en een zeer traag werkend Outlook. Daarbij een structureel tekort aan werkplekken op het parket Amsterdam sinds de laatste grote bezuinigingsronde van bijna tien jaar geleden. En dit, terwijl het parket in de jaren dat ik in de Carib mocht werken, nogal in fte’s gegroeid is. Het piept en het kraakt bij het OM, maar met soms wat gemopper worden de schouders er, als vanouds, nog steeds ondergezet.’ 

‘En toen ging alles plotseling op zwart. Mijn OM bleek te zijn gehackt! Hoe dan? Wat is er buitgemaakt? Wie zit hierachter? Al heel snel ging ik, net als de meeste collega’s, in de to do stand. Hup, opnieuw de schouders eronder, samen komen we er wel doorheen. Zolang gaat het toch niet duren?’

‘Dat bleek niet zo te zijn. Natuurlijk kwam ook ik naar het parket om te werken, maar waar was er plek? In de levensfase waarin ik mij bevind, blijkt het nog flexibeler te kunnen en ja, ik ben het papieren tijdperk nog niet vergeten, dat scheelt. Maar ook bij mij neemt op die manier het werkplezier wel af.’

‘Inmiddels zijn we enkele maanden verder en eerlijk gezegd baart het ICT-dossier mij steeds grotere zorgen. Dat komt niet alleen door de verouderde ICT-systemen, maar ook, en vooral, door de taakstellende bezuinigingen die we als OM opgelegd hebben gekregen, terwijl tegelijkertijd – en overigens geheel terecht – er structureel en over meerdere jaren (veel) meer geld naar onze ICT moet. Bij mij is de rust teruggekeerd, maar gerust ben ik er niet op.’

Allard Altena is gebiedsofficier in de districten Oost- en West-Utrecht

‘Het is weer zover. Dat was mijn eerste reactie op het bericht dat er ‘iets’ met internet was. De zoveelste storing. Het zal wel, dacht ik. Niet wetende dat het zo lang zou duren’

‘Van de een op de andere dag viel de complete logistiek rond ons werk weg; we konden niet meer mailen, niet bij onze stukken en ook niet bij de agenda. Die eerste dagen zag ik collega’s over de gang dolen. Ikzelf trouwens ook. We dachten: oké, ik moet nu ergens zijn, maar ik weet gewoon niet waar.’

‘We hebben met z’n allen geprobeerd er iets van te maken. Het was improviseren voor gevorderden. Omdat ik net als gebiedsofficier was begonnen – werk waarbij je juist vaak extern en dus aangewezen bent op de ICT om buiten de deur te kunnen werken – was ik onthand. Normaliter werk ik veel met de iPad van het werk. Voor beide districten heb ik OneNote-files gemaakt waarin al mijn aantekeningen en de vergaderstukken zitten. Daar kon ik dus niet meer bij. Ik was soms aangewezen op de beleefdheid en het inlevingsvermogen van ketenpartners om mij een beetje op weg te helpen. ‘Heb je dat stuk even voor mij?’ ‘Kan je de inloggegevens van Teams appen?’ ‘Bel me even, want ik kan niet in Outlook en weet het dus niet als je een afspraak plant.’ Zeker door dat laatste was het best behelpen.’

‘Ik heb ook veel meer moeten reizen. Vaak kan ik ervoor kiezen om op te starten in Den Haag, waar ik woon, om vervolgens naar de eerste afspraak te rijden, in Houten, Amersfoort, Nieuwegein of waar dan ook in het gebied. Nu moest ik altijd naar het parket om te kijken of er nog iets nieuws was, ook tussen afspraken door. Dat is een boel gereis voor weinig werktijd. Dus, ja, de effectiviteit, productie en efficiency van het werk daalt fors door zo’n crisis. En de kwaliteit lijdt er ook onder vind ik, want je probeert veel meer werk te verrichten in de tijd dat je kan werken. Dat vind ik problematisch, ook richting onze ketenpartners. Dit is de eenentwintigste eeuw, alles is digitaal. Bij de politie en de gemeente wordt ook hard gewerkt. In mijn districten zijn op dit moment bijvoorbeeld veel demonstraties, daarvoor moet er veel worden voorbereid. Dan kan ik niet zeggen: ‘Sorry, wij hebben een storing, succes en bel volgende week maar weer’.’

‘Iedereen heeft gelukkig mee willen denken en veel partners wilden ons ondersteunen. Politie, rechtbank, advocatuur. Maar mensen reageerden ook verbaasd. Verbaasd dat dit zo’n grote storing was. Verbaasd dat we helemaal van het internet af waren. Soms ook verbaasd over de communicatie. Ik spreek de laatste weken nog steeds burgemeesters, politiechefs en andere ketenpartners die denken dat de storing al lang weer voorbij is, terwijl we bijvoorbeeld pas sinds heel recent weer kunnen werken op afstand.’

‘Deze ICT-storing heeft bij collega’s veel frustratie opgeleverd. Meer nog bij de zittingsofficieren. Mijn werk is vooral beleidsmatig. Daarvoor moet je ook bij je stukken kunnen, maar het is totaal anders dan als je naar zitting moet. Ik heb collega’s op de raarste tijden zien werken. ’s Avonds laat, in het weekend. Mensen hebben zich drie slagen in de rondte gewerkt in een toch al complexe tijd. Dat kan op den duur wel consequenties hebben, ook personele. Vooral bij mensen die al langer bij het OM werken hoor ik steeds vaker dat ze het zat zijn. Dat geldt niet alleen voor officieren, maar zeker ook voor parketsecretarissen. Als juridisch beoordelaar kan je bij veel andere organisaties aan de slag. Ik vraag me echt wel eens af hoe het OM deze talenten binnen kan houden als de basisstructuur zo kwetsbaar blijft.’ 

Eva Borg is officier van justitie bij het functioneel parket in Zwolle en gebiedsofficier Oost-Nederland

‘Vrijdag 18 juli ging het OM van internet af. De NOS meldde die dag een hack en schreef dat vanwege de kwetsbaarheid misbruik niet was uitgesloten. Ik was net terug van vakantie en wilde mijn mails en agenda bijwerken. Dat lukte dus niet. Op stel en sprong moest iedereen naar kantoor, thuiswerken was uitgesloten. Elke dag reizen van Utrecht naar Zwolle en terug, drie uur per dag. En dat met twee kleine kinderen die naar de opvang moesten. Dat was wel een dingetje. Of, een dingetje … het ging gewoon niet.’

‘Gelukkig heeft onze directeur bedrijfsvoering me uit de brand geholpen. Zij raadde me aan bij het iCOV in Utrecht te gaan werken. Dat is een samenwerkingsverband tussen allerlei overheidsorganisaties zoals het OM, de Belastingdienst en de ACM en AFM. Ze zijn aangesloten op de OM-systemen en hadden in Utrecht veel werkplekken die niet werden gebruikt. Vanuit daar heb ik in alle rust meerdere dagen per week mijn werk kunnen doen. Lang niet alle FP-locaties beschikten namelijk over voldoende werkplekken of werkplekken waar je rustig een zitting kon voorbereiden. Op het IJdok in Amsterdam was het bijvoorbeeld veel te vol. Gaandeweg de crisis ontdekten steeds meer collega’s uit het hele land de werkruimte van het iCOV. Dat was een leuke bijkomstigheid, want daardoor heb ik veel nieuwe mensen leren kennen. Maar ik heb me er wel over verbaasd dat er niet als de wiedeweerga extra kantoorruimte is geregeld op meerdere plekken in het land, toen duidelijk werd dat dit echt wel even ging duren. Ja, dat kost veel geld. Maar iedere dag dat wij niet kunnen werken, kost ook gigantisch veel geld.’

‘We doen het met elkaar. Dat was het overheersende gevoel al die tijd. Sommige collega’s hadden het in die zomerperiode minder druk, maar voor anderen was dit zeker niet het geval. Persoonlijk vond ik het wel vervelend dat ik mijn agenda moest printen om nog een beetje zicht op al mijn afspraken te houden, maar dankzij de support van al die verschillende opsporingsinstanties met wie ik samenwerk, heb ik toch door kunnen werken; de politie, de arbeidsinspectie, de inspectie leefomgeving en transport, omgevingsdiensten en ook de advocatuur. Het was een enorm gepuzzel en we zijn eruit gekomen, maar dat is vooral dankzij hen.
Voordeel was verder dat wij op het FP de meeste dossiers op onze H:schijf hebben opgeslagen. We waren dus niet geheel afhankelijk van de cloud of een bestandenpostbus of whatever. Veel werk bij het FP kon doorgaan, mits iedereen naar kantoor kwam.’

‘Omdat ik net voor de crisis de SEM app had geïnstalleerd, wist ik dat er een storing was. Er verschijnt een pop up in die app en soms ook een work around. Veel collega’s hadden die app nog niet geïnstalleerd en die konden dus niks, want voor dat installeren had je toegang tot je mail nodig. Dat levert eerst ergernis op en daarna ook een soort gelatenheid. Ik merkte het ook aan mijzelf. Dan nam ik op papier werk mee naar huis, maar als ik klaar was, had ik echt geen puf meer om de zoveelste e-learning te volgen. Je merkt dat de frustratie op de loer ligt. Er is al zo lang gerommel dat mensen er murw van worden. Ja, we kunnen nu weer thuiswerken, maar alleen als je een laptop met sms-token hebt. Er zijn ook collega’s met een mobile pass en dan kan het niet. En het is volslagen random welke laptop je hebt. Nobody knows. Mensen die net binnenkomen weten niet wat ze overkomt. Dan hebben ze een heel zware selectie en opleiding achter de rug en dan blijkt de printer op de gang het niet te doen, is er geen laptop beschikbaar en moeten ze eindeloos wachten op een telefoon. Organisatorisch is het vaak zo knullig geregeld bij het OM. Zo net niet. Het zijn dan ook echt de collega’s, mooie zaken en de opsporingsdiensten die dit werk zo leuk maken.’

Gerelateerde berichten