Inschaling
De inschaling van rechters en officieren van justitie in opleiding heeft de afgelopen tijd veel stof doen opwaaien. Inmiddels is een onderzoek uitgevoerd, hebben gesprekken plaatsgevonden, is een manifest aangeboden, is er veel media-aandacht geweest en zijn Kamervragen gesteld. Daarnaast heeft de COR van de zittende magistratuur aangegeven dat het hoog tijd is voor actie. Jammer genoeg is er ondanks alle inspanningen nog steeds geen oplossing gevonden. NVvR-voorzitter Marc Fierstra licht de stand van zaken toe in een videoboodschap.
Hoe zou u het vinden als u minder betaald krijgt dan de persoon die door u wordt opgeleid? Stelt u zich eens voor: een medisch specialist die minder krijgt dan de arts-in-opleiding. Een ervaren docent die minder krijgt dan een pas beginnende. Ondenkbaar, toch?
Tijdens het Sector Overleg Rechterlijke Macht (SORM) op 25 juni heeft de NVvR opnieuw aandacht gevraagd voor de inschalingsproblematiek van rechters en officieren in opleiding die vóór 1 juli 2023 zijn ingestroomd. Daarbij zijn ook de uitkomsten van de ledenenquête, waarop 725 leden reageerden, onder de aandacht gebracht. De NVvR heeft nogmaals aangedrongen op een rechtvaardige, collectieve regeling voor de gedupeerde magistraten in opleiding.
De NVvR heeft begin juni via een ledenenquête mogelijke oplossingsrichtingen geïnventariseerd voor de inschalingsproblematiek tijdens de opleidingsperiode van rechters en officieren die voor 1 juli 2023 zijn ingestroomd. Binnen dit dossier spelen verschillende belangen en perspectieven. Op de enquête hebben 725 leden gereageerd. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan heeft de NVvR via een brief aan het Sector Overleg Rechterlijke Macht (SORM) nogmaals opgeroepen tot een rechtvaardige regeling te komen voor de gedupeerde magistraten in opleiding.
Op 5 maart jl. oordeelde het College voor de Rechten van de Mens dat de Staat vrouwelijke rechters heeft gediscrimineerd. Op 21 april jl. heeft de Staat op deze oordelen gereageerd. In zijn brief stelt de Staat zich deze oordelen aan te trekken en te zien wat de impact van deze oordelen is op de mensen in de organisaties die het betreft. Vervolgens verwijst de Staat naar de 5 miljoen euro die beschikbaar is gesteld voor erkenning en een uit te werken regeling. Tegen deze achtergrond wil het ministerie met de verschillende betrokkenen in een zorgvuldig proces in gesprek over een blijk van erkenning en de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het oordeel van het CRM.