De grens tussen echt en namaak
Onderzoek naar deepfakes steeds geavanceerder
Zeno Geradts (1967) had al op jonge leeftijd belangstelling voor forensisch onderzoek, de wetenschappelijke studie naar sporen en andere mogelijke bewijsmiddelen ten behoeve van gerechtelijke procedures. Zijn vader was advocaat en raadde zijn zoon in de jaren negentig van de vorige eeuw aan stage te lopen bij wat destijds nog het Gerechtelijk Laboratorium heette. ‘Mijn enthousiasme was meteen gewekt.’
Bron: Trema 13 / najaar 2025
In meer dan dertig jaar schreef Geradts zo’n duizend rapporten ten behoeve van het openbaar ministerie en de rechtspraak. Ook trad hij regelmatig op als deskundige tijdens een zitting. Al snel kwam hij erachter dat de werkelijkheid van de wetenschapper en die van de magistraat niet altijd naadloos op elkaar aansluiten. ‘De eerste keer dat ik werd opgeroepen was in de zogeheten balpenmoord. Ik had geen idee hoe een zitting verliep. Tijdens het requisitoir onderbrak ik de officier van justitie, omdat hij iets zei wat niet klopte. Dat scheen niet de bedoeling te zijn.’ Sinds die tijd is in de communicatie veel verbeterd, vindt Geradts. Zeker nadat de dwaling in de Schiedammerparkmoord aan het licht kwam en mede daardoor het Nederlands register voor gerechtsdeskundigen (NRGD) werd opgericht. Het NFI zelf is begrijpelijker gaan rapporteren en organiseert regelmatig cursussen om rechters en officieren bij te praten over de nieuwste ontwikkelingen. ‘Dat zorgt voor een beter begrip onderling. Hoewel de manier waarop wetenschappers en juristen denken en handelen natuurlijk wel verschilt. Zoals een rechter ooit tegen mij zei: “Als wij zouden denken zoals u denkt, zouden we nooit tot een veroordeling komen”.’
Manipulatie in MH17 proces
Geradts is sinds 1992 aan het NFI verbonden en maakte de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie vanaf het vroege begin mee. Hij begon met het verzamelen van schoensporen in neurale netwerken om bepaalde patronen te kunnen detecteren en is inmiddels bezig met automatische gezichtsvergelijkingen en het herkennen van deepfakes. Deepfakes zijn nepvideo’s, foto’s of geluidsopnames die zijn gemaakt met behulp van kunstmatige intelligentie, waardoor het lijkt alsof iemand iets doet of zegt dat hij nooit heeft gedaan. Deepfake is een samentrekking van deep learning en fake (namaak) en maakt gebruik van het zelflerend vermogen van neurale netwerken die worden getraind door miljarden beelden. De woordvariant van dergelijke zelflerende netwerken zijn generatieve taalmodellen als ChatGTP, Claude of Microsoft Copilot.
Geradts legt uit hoe met relatief simpele modellen als VEO3.1 van Google of Sora 2 van OpenAI iedereen vanuit de huiskamer een fake-video kan maken door een bepaalde opdracht in tekst te geven. Weliswaar is voor de nieuwste modellen nog wel een Virtueel Particulier Netwerk (VPN) nodig waarmee een beveiligde verbinding tussen het internet en de eigen computer wordt gecreëerd, ‘maar dan kun je echt heel makkelijk een mooi videofilmpje maken’.
Het grote probleem van deepfakes is natuurlijk dat de grens tussen wat echt is en wat niet razendsnel vervaagt. Bewerking van forensisch bewijsmateriaal komt weliswaar nog niet heel vaak voor, maar in het MH17 proces kwamen opnamen van radarbeelden op tafel die duidelijk waren gemanipuleerd. Bij het International Criminal Court hebben ze daar meer ervaring mee, omdat ze bij dit hof vaker zij aangewezen op bewijs dat bijvoorbeeld van YouTube afkomstig is. ‘De zogeheten ‘chain of evidence’ is in dit soort zaken vaak lastiger, omdat men niet over het originele bronmateriaal beschikt,’ weet Geradts. Toch komen ook in het Nederlandse strafproces al wel deepfakes voor, zoals bijvoorbeeld in de zaak van journaliste en presentatrice Welmoed Sijtsma van wie een namaak-seksvideo verscheen op internet.
Seks blijkt vaker een bron van crimineel gedrag met technologisch vernuft. Een voorbeeld daarvan is Child Sexual Abuse Material (CSAM). Nog voordat dit materiaal bij wet was verboden, onderzocht Geradts al honderden opnamen. ‘Als je zult materiaal teveel ziet, wil je bijna ontslag nemen.’ Later kwamen daar zogeheten snuff movies bij, zeer gewelddadige films waarin althans de suggestie wordt gewekt dat iemand live wordt gemarteld, verkracht of zelfs vermoord. De centrale vraag voor de onderzoekers van het NFI is dan of de beelden echt zijn of niet.
Inmiddels bestaan verschillende methoden om dat goed te onderzoeken, legt de hoogleraar uit. Een daarvan is kunstmatige intelligentie zelf. ‘Met AI kunnen we detecteren of iets gegenereerd (gemaakt) is, maar dan moet je wel weten met welke AI het materiaal is samengesteld.Vaak kunnen we voor 95% vaststellen dat iets is gegenereerd, maar dan weet je nog niet waardoor. AI-modellen van bijvoorbeeld Google en OpenAI hebben soms een kenmerk in hun bestand waardoor je kunt zien dat het materiaal is bewerkt. Zeg maar een soort watermerk. Daarnaast gebruiken we methodes om bijvoorbeeld te onderzoeken welke camera is gebruikt. En met behulp van elektrische netwerkfrequenties kunnen we soms bepalen wanneer een bepaalde opname is gemaakt.’
Bloedstroomdetectie
Inmiddels is er nog een methode beschikbaar om echt van fake te onderscheiden: bloedstroomdetectie (zie foto). Geradts presenteerde deze relatief nieuwe methode tijdens de European Academy of Forensic Science in mei van dit jaar. Bij bloedstroomdetectie kijken onderzoekers naar het uitzetten en inkrimpen van adertjes in het gezicht. Bij iedere hartslag worden de vaten namelijk iets wijder en neemt de hoeveelheid bloed even toe. Adertjes rond de ogen, het voorhoofd en de kaak zijn goede plekken om die verwijding te meten, omdat de adertjes daar dicht onder de huid liggen.
De toepassing komt uit de medische (sport)wereld waar mensen al jarenlang hun hartslag meten. Liever dan een lelijk horloge te dragen, willen topsporters tegenwoordig via een contactloze camera hun hartslag laten registreren. En dat kan dus via het meten van de verwijding van bloedvaten in het gezicht. Voor de forensische praktijk is de ontwikkeling van beeldcompressie, zeg maar het verkleinen van foto- en videobestanden cruciaal geweest. Daardoor kunnen nu ook kleinere beeldbestanden worden onderzocht op subtiele verkleuringen in het gezicht.
Het belang van forensisch-deskundigen
Hoewel Geradts als wetenschapper gefascineerd kijkt naar de razendsnelle ontwikkelingen op het gebied van digitale technologie en kunstmatige intelligentie, maakt hij zich ook zorgen en niet alleen omdat doorgewinterde criminelen ook de magie van AI hebben ontdekt. ‘Grote spelers als Google en Facebook hebben filters geïnstalleerd waardoor bijvoorbeeld CSAM direct wordt tegengehouden. Maar er is heel veel Open Source software beschikbaar waarmee elke amateur op de lokale computer alsnog van alles in elkaar kan zetten. Als mensen gewoon thuis strafbaar materiaal maken, is het voor ons wel een uitdaging om precies te detecteren wie wanneer wat en met welke middelen heeft gemaakt.’ Bovendien is het niet alleen het strafrecht dat door dit soort ontwikkelingen wordt geraakt. Geradts sluit niet uit dat ook in de civiele rechtspraak steeds vaker vervalst of gemanipuleerd bewijsmateriaal opduikt. Aktes, foto’s, bonnetjes of contracten zijn nu al vrij makkelijk met generatieve taalmodellen te manipuleren. Moest iemand vroeger nog lang oefenen om geloofwaardig een handtekening te vervalsen, dat kan nu met een druk op de knop. De vraag wat echt is en wat niet dringt zich met andere woorden steeds pregnanter op.
Alleen al daarom doen rechters en officieren er goed aan om de ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie scherp in de gaten te houden. De expertise van zogeheten forensisch adviseurs die inmiddels bij veel gerechten in dienst zijn, kan daarbij goed van pas komen. Veel van deze adviseurs zijn oud-studenten van de UvA waar Geradts lesgeeft. ‘Forensisch adviseurs kunnen de rechter niet alleen op de hoogte houden van de nieuwste ontwikkelingen, maar helpen vaak ook om de juiste vragen te stellen. Dat helpt ons als deskundigen dan weer als we op zitting worden gehoord.’
Het datacentrum van Amazon
Hoewel het gebruik van AI binnen de rechtspraak vooralsnog niet is toegestaan bij het rechterlijke werk, is het uitgesloten dat deze vorm van technologie het recht niet zal raken. Geradts maakt zich enige zorgen over de manier waarop het onderwerp nu binnen de organisaties wordt opgepakt. ‘De rechtspraak loopt wat dat betreft wel een beetje achter de feiten aan.’
Problematischer is de afhankelijkheid van, met name, Amerikaanse tech-giganten. ‘Ik ben ook voorzitter geweest van de American Academy of Forensisc Science en ik begrijp dat de Amerikanen alles willen bepalen, maar daar zit wel een risico. Europa wil wel tegenwicht bieden aan de grote jongens van Google, Microsoft en Meta, maar ik ben bang dat we veel te laat zijn. Europa is niet echt in staat om die grote datacenters te maken. Amazon zet gewoon voor vijf miljard een datacentrum ergens neer. Dat soort investeringen zie je in Europa veel minder. Onze PhD-studenten lopen geregeld stage bij Amerikaanse bedrijven, omdat ze daar veel en veel meer rekencapaciteit hebben dan wij op onze universiteit hebben. Laat staan bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dat zijn wel factoren die we onder ogen moeten zien.’
Prof. dr. Z.J.M.H. (Zeno) Geradts is als onderzoeker verbonden aan de divisie digitale en biometrische sporen het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en daarnaast bijzonder hoogleraar forensische data-analyse aan de UvA. Hij studeerde natuurkunde, promoveerde op een onderzoek naar patroonherkenning in forensische databases en is een van de initiatiefnemers van het onderzoekslab AI4forensics dat is gericht op de toepassing van kunstmatige intelligentie in forensische bewijsvoering.
In het laatste nummer van het tijdschrift Expertise en recht (2025-5) publiceert Zeno Geradts samen met onder andere Henk van den Heuvel, voorzitter van het Nederlands Register voor Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) een artikel over de invloed van AI op forensische bewijsvoering. De auteurs leggen in het artikel onder andere uit welke verschillende methoden het NFI toepast om authenticiteit van bewijsmiddelen vast te stellen en de manier waarop de rechter daarmee om kan gaan.