Actueel
Op 17 maart jl. vond een zitting plaats bij het College voor de Rechten van de Mens (CRM) over ongelijke beloning tussen mannelijke en vrouwelijke rechters. Voor de betrokken rechters vormt deze zitting een belangrijke stap in hun strijd voor gelijke beloning en een definitieve oplossing. In zijn slotwoord sprak de president van de rechtbank Amsterdam eveneens de hoop uit dat er een oplossing wordt gevonden.
Eén van de betrokken rechters, Linde Dolfing, gaf aan dat het voor haar onwerkelijk voelt om tegenover de president van haar eigen gerecht te staan. Tegelijkertijd vindt zij deze stap helaas noodzakelijk in de strijd voor gelijke beloning.
Een belangrijke en positieve ontwikkeling in deze procedure is dat de Staat heeft erkend dat rechters hetzelfde werk verrichten. Linde Dolfing: “Dat kan ook haast niet anders: op grond van de code zaakstoedeling worden de meeste zaken willekeurig toegewezen.”
Ook erkende de Staat het bestaan van ongelijke beloning. Volgens de Staat is dit verschil echter te rechtvaardigen, onder meer vanwege verschillen in werkervaring, opleidingsroute en opleidingsduur. De andere betrokken rechter die de zaak aan de zijde van Dolfing aanhangig heeft gemaakt, Zahra Achouak El Idrissi, plaatst hierbij kanttekeningen: “Onder het oude beleid speelde werkervaring geen rol bij het bepalen van het salaris. Juist daarom is het beleid later aangepast. Het is jammer dat de Staat nu blijft stellen dat werkervaring destijds wel werd meegewogen.”
De uitspraken in deze zaken worden verwacht op 12 mei en in juni 2026.