Actueel
Vandaag heeft het College voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat de Staat vrouwelijke rechters in opleiding door het inschalings- en beloningsbeleid tussen 1994 en 2023 heeft gediscrimineerd. Ook is er sprake van discriminatie in drie individuele gevallen bij de beloning in de opleidingsperiode en na de benoeming tot rechter. Het College verwacht van de Staat dat opvolging wordt gegeven aan zijn oordelen en dat wordt bekeken of er mogelijkheden zijn voor financiële compensatie van de betrokken rechters. De NVvR herhaalt haar eerdere oproep aan de Minister tot erkenning en compensatie voor vrouwelijke rechters en officieren in opleiding die in het verleden ten onrechte ongelijk zijn beloond.
De afgelopen jaren heeft de NVvR zich ingezet voor gelijke beloning van rechters en officieren in opleiding. Uit eerder onderzoek blijkt namelijk dat het oude inschalingssysteem – waarbij het laatstverdiende salaris als uitgangspunt werd genomen – in de praktijk heeft geleid tot discriminatie van vrouwen. Zij kregen gemiddeld een lagere inschaling dan mannelijke collega’s met vergelijkbare ervaring.
Na vele inspanningen is dit systeem afgeschaft en is per 1 juli 2023 een nieuw inschalingscriterium – op basis van werkervaring – gaan gelden. Hiermee is een deel van de officieren en rechters in opleiding gecompenseerd. Een grote groep rechters en officieren die voor deze datum in dienst zijn getreden, is daarmee echter nog niet gecompenseerd.
Hierover heeft NVvR-voorzitter Marc Fierstra zich in april 2025 als volgt uitgelaten: “De NVvR heeft in het verleden ingestemd met inschaling op basis van het laatst verdiende loon en om die reden voelen wij ons bijzonder verantwoordelijk voor dit dossier. Destijds (1994) was er sprake van een hausse in de salarissen in de advocatuur en het bedrijfsleven terwijl de loonontwikkeling bij het Rijk in zijn algemeenheid en daarmee ook de rechtspraak achterbleef. In dat licht hebben wij, Minister en NVvR, het criterium ‘laatstverdiende loon’ afgesproken om het werken bij de rechtspraak aantrekkelijk te houden voor advocaten en bedrijfsjuristen. We hebben daarbij niet onderkend dat dit criterium discriminatoir zou kunnen uitpakken. Maar nu we het wél weten, moeten we dit ruiterlijk erkennen en ruimhartig compenseren.”
Erkenning en compensatie van de groep rechters en officieren in opleiding die voor 1 juli 2023 in dienst zijn getreden zijn al geruime tijd onderwerp van gesprek in het Sectoroverleg Rechterlijke Macht (SORM). Die gesprekken hebben vooralsnog geen vruchten afgeworpen. De NVvR verwacht dat dit in het komend SORM weer onderwerp van gesprek zal zijn. Overigens kijkt de NVvR met belangstelling uit naar de stemming over het amendement van Kamerleden Ellian (VVD), Sneller (D66) en Straatman (CDA), waarin eveneens wordt opgeroepen tot erkenning en compensatie van de betrokken vrouwelijke rechters.
Lees hier wat de NVvR eerder over het onderwerp inschaling heeft gepubliceerd.
Lees hier het nieuwsbericht van het College voor de Rechten van de Mens.
Lees hier het oordeel 2026-35 van het College voor de Rechten van de Mens.
Lees hier het oordeel 2026-36 van het College voor de Rechten van de Mens.
Lees hier het oordeel 2026-37 van het College voor de Rechten van de Mens.
Lees hier het oordeel 2026-38 van het College voor de Rechten van de Mens.