Update inschaling: NVvR zendt brief aan presidenten en hoofdofficieren
Update inschaling: NVvR zendt brief aan presidenten en hoofdofficieren
De NVvR heeft in de afgelopen periode belangrijke stappen gezet om de inschaling van rechters en officieren van justitie in opleiding te doen verbeteren. Wat de NVvR betreft, is het inschalingsdossier hiermee echter nog niet afgerond.
22 januari 2026
De NVvR vindt het essentieel dat onrecht niet alleen wordt erkend, maar ook daadwerkelijk wordt rechtgezet. Die verantwoordelijkheid ligt bij de werkorganisaties en bij de Minister. Nu de Minister heeft aangegeven (vooralsnog) niet te willen overgaan tot een generieke regeling voor de gedupeerde leden, heeft de NVvR een brief gestuurd aan alle presidenten en hoofdofficieren van justitie in Nederland.
In de brief roept de NVvR hen op het aangedane onrecht te erkennen en over te gaan tot compensatie van vrouwelijke rechters en officieren van justitie in opleiding die in het verleden ongelijk zijn beloond.
NVvR blijft aandringen op regeling inschalingsproblematiek
Tijdens het Sector Overleg Rechterlijke Macht (SORM) op 25 juni heeft de NVvR opnieuw aandacht gevraagd voor de inschalingsproblematiek van rechters en officieren in opleiding die vóór 1 juli 2023 zijn ingestroomd. Daarbij zijn ook de uitkomsten van de ledenenquête, waarop 725 leden reageerden, onder de aandacht gebracht. De NVvR heeft nogmaals aangedrongen op een rechtvaardige, collectieve regeling voor de gedupeerde magistraten in opleiding.
De NVvR heeft begin juni via een ledenenquête mogelijke oplossingsrichtingen geïnventariseerd voor de inschalingsproblematiek tijdens de opleidingsperiode van rechters en officieren die voor 1 juli 2023 zijn ingestroomd. Binnen dit dossier spelen verschillende belangen en perspectieven. Op de enquête hebben 725 leden gereageerd. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan heeft de NVvR via een brief aan het Sector Overleg Rechterlijke Macht (SORM) nogmaals opgeroepen tot een rechtvaardige regeling te komen voor de gedupeerde magistraten in opleiding.
Op 5 maart jl. oordeelde het College voor de Rechten van de Mens dat de Staat vrouwelijke rechters heeft gediscrimineerd. Op 21 april jl. heeft de Staat op deze oordelen gereageerd. In zijn brief stelt de Staat zich deze oordelen aan te trekken en te zien wat de impact van deze oordelen is op de mensen in de organisaties die het betreft. Vervolgens verwijst de Staat naar de 5 miljoen euro die beschikbaar is gesteld voor erkenning en een uit te werken regeling. Tegen deze achtergrond wil het ministerie met de verschillende betrokkenen in een zorgvuldig proces in gesprek over een blijk van erkenning en de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het oordeel van het CRM.