Voortgang verkenner Werkdruk
Voortgang verkenner Werkdruk
Het verkenningsproces naar oplossingen voor de werkdruk in de rechterlijke macht is gedurende november, december 2023 en januari 2024 voortgezet met bijeenkomsten van de Stuurgroep: de vertegenwoordigers van de NVvR, de Raad voor de rechtspraak, het OM en het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
In deze sessies zijn de opbrengsten besproken van de verschillende thematafels waar vertegenwoordigers van de partijen en (externe) deskundigen gesproken hebben en de uitkomsten van bestudering van relevante (achtergrond)documentatie. Volgens verkenner Werkdruk Jaap Winter zijn zoveel mogelijk concrete maatregelen geformuleerd met de focus nu daadwerkelijk stappen te zetten. Winter laat weten dat het streven is om uiterlijk begin maart 2024 een rapport van de verkenner aan te bieden aan de partijen, dat kan rekenen op sterk draagvlak en bestuurlijk commitment.
Gerelateerde berichten
-
Gesprek Verkenner werkdruk
In het laatstgehouden Sectoroverleg Rechterlijke Macht (SORM) op 26 maart jl. is afgesproken dat de Minister en de NVvR Verkenner werkdruk Jaap Winter zullen uitnodigen voor een gesprek. Conform aanbevelingen 26 en 27 uit het rapport van Jaap Winter zal in dat gesprek worden besproken of voldoende voortgang is gemaakt met de uitvoering van zijn aanbevelingen, wat de effecten zijn op de werkdruk en of bijsturing nodig is om de problematiek nog effectiever te adresseren.
Gesprek Verkenner werkdruk
-
Rechters mogelijk langer inzetbaar na 70 jaar
Het kabinet wil dat rechters na hun wettelijke ontslagleeftijd van 70 jaar nog maximaal drie jaar kunnen doorwerken als plaatsvervanger. Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Claudia van Bruggen heeft dit aangekondigd in een brief aan de Tweede Kamer.
Rechters mogelijk langer inzetbaar na 70 jaar
-
Oordeel College voor de Rechten van de Mens: Staat discrimineert vrouwelijke rechters
Vandaag heeft het College voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat de Staat vrouwelijke rechters in opleiding door het inschalings- en beloningsbeleid tussen 1994 en 2023 heeft gediscrimineerd. Ook is er sprake van discriminatie in drie individuele gevallen bij de beloning in de opleidingsperiode en na de benoeming tot rechter. Het College verwacht van de Staat dat opvolging wordt gegeven aan zijn oordelen en dat wordt bekeken of er mogelijkheden zijn voor financiële compensatie van de betrokken rechters. De NVvR herhaalt haar eerdere oproep aan de Minister tot erkenning en compensatie voor vrouwelijke rechters en officieren in opleiding die in het verleden ten onrechte ongelijk zijn beloond.
Oordeel College voor de Rechten van de Mens: Staat discrimineert vrouwelijke rechters