Actueel
Het kabinet wil dat rechters na hun wettelijke ontslagleeftijd van 70 jaar nog maximaal drie jaar kunnen doorwerken als plaatsvervanger. Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Claudia van Bruggen heeft dit aangekondigd in een brief aan de Tweede Kamer.
Op dit moment kunnen rechters van 70 jaar en ouder al worden ingezet dankzij een tijdelijke regeling die werd ingevoerd tijdens de coronaperiode. Deze regeling werd eerder verlengd met drie jaar, maar loopt af op 16 november 2026. Omdat er nog altijd een tekort is aan rechters, is het wenselijk dat ervaren rechters ook na hun 70e beschikbaar blijven. Steeds meer rechters naderen de pensioenleeftijd en sommigen stoppen al eerder.
De inzet van oudere plaatsvervangende rechters heeft in de praktijk goed uitgepakt: zij leveren waardevolle ondersteuning bij het terugdringen van het capaciteitstekort. Daarom wordt gewerkt aan een wetswijziging die hun inzet structureel mogelijk moet maken. De voorbereiding hiervan gebeurt in overleg met de NVvR en de Raad voor de rechtspraak. Zodra het voorstel gereed is, volgt een (internet)consultatie en daarna advies van de Raad van State.
Plaatsvervangende rechters kunnen worden ingezet bij rechtbanken, gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Volgens staatssecretaris Van Bruggen kan de inzet van ervaren rechters helpen om lange doorlooptijden binnen de rechtspraak te beperken.
Naast dit voorstel neemt de Rechtspraak ook andere stappen om de capaciteit te vergroten. Zo worden meer rechters en raadsheren opgeleid – inmiddels zijn er 140 opleidingsplaatsen – en wordt geïnvesteerd in extra ondersteunende medewerkers. Ook in de prijsafspraken 2026–2028 tussen de Rechtspraak en het ministerie van Justitie en Veiligheid is extra geld beschikbaar gesteld om de werkdruk te verlagen en de organisatie te versterken.
Lees hier ook de berichtgeving van de Rijksoverheid en de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer.