NVvR stuurt aan op nader onderzoek inschalingsbeleid
NVvR stuurt aan op nader onderzoek inschalingsbeleid
De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) wil er bij de Raad voor de rechtspraak op aandringen om – op korte termijn – onderzoek te (laten) doen naar de inschaling van toetredende collega’s in de rechtspraak. De NVvR heeft de laatste tijd diverse signalen ontvangen waaruit blijkt dat het huidige inschalingsbeleid onvoldoende helderheid biedt. Lees hier
19 maart 2019
De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) wil er bij de Raad voor de rechtspraak op aandringen om – op korte termijn – onderzoek te (laten) doen naar de inschaling van toetredende collega’s in de rechtspraak. De NVvR heeft de laatste tijd diverse signalen ontvangen waaruit blijkt dat het huidige inschalingsbeleid onvoldoende helderheid biedt.
Lees hier de brief die op 12 maart jongstleden aan de Raad voor de rechtspraak gestuurd.
NVvR blijft aandringen op regeling inschalingsproblematiek
Tijdens het Sector Overleg Rechterlijke Macht (SORM) op 25 juni heeft de NVvR opnieuw aandacht gevraagd voor de inschalingsproblematiek van rechters en officieren in opleiding die vóór 1 juli 2023 zijn ingestroomd. Daarbij zijn ook de uitkomsten van de ledenenquête, waarop 725 leden reageerden, onder de aandacht gebracht. De NVvR heeft nogmaals aangedrongen op een rechtvaardige, collectieve regeling voor de gedupeerde magistraten in opleiding.
De NVvR heeft begin juni via een ledenenquête mogelijke oplossingsrichtingen geïnventariseerd voor de inschalingsproblematiek tijdens de opleidingsperiode van rechters en officieren die voor 1 juli 2023 zijn ingestroomd. Binnen dit dossier spelen verschillende belangen en perspectieven. Op de enquête hebben 725 leden gereageerd. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan heeft de NVvR via een brief aan het Sector Overleg Rechterlijke Macht (SORM) nogmaals opgeroepen tot een rechtvaardige regeling te komen voor de gedupeerde magistraten in opleiding.
Op 5 maart jl. oordeelde het College voor de Rechten van de Mens dat de Staat vrouwelijke rechters heeft gediscrimineerd. Op 21 april jl. heeft de Staat op deze oordelen gereageerd. In zijn brief stelt de Staat zich deze oordelen aan te trekken en te zien wat de impact van deze oordelen is op de mensen in de organisaties die het betreft. Vervolgens verwijst de Staat naar de 5 miljoen euro die beschikbaar is gesteld voor erkenning en een uit te werken regeling. Tegen deze achtergrond wil het ministerie met de verschillende betrokkenen in een zorgvuldig proces in gesprek over een blijk van erkenning en de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het oordeel van het CRM.