Geen gewone ambtenaren

Geen gewone ambtenaren

De NVvR heeft haar eigen rechterscode herzien en opnieuw geformuleerd in klare taal

‘De rechter heeft een onafhankelijke positie in ons staatsbestel en is geen gewone ambtenaar. We hebben een eigen code om precies dat te benadrukken.’

Hans Hofhuis en Nicolien Verkleij, respectievelijk oud-rechter (en oud-president van de rechtbank Den Haag) en kantonrechter in de rechtbank Den Haag, kunnen er kort over zijn. Beiden waren lid van de werkgroep Herziening Rechterscode, die bestond uit een tiental rechters uit verschillende gerechten en van diverse leeftijden. In een tijdspanne van een klein jaar discussieerden zij over kernwaarden, cultuur en kwaliteit en de manier waarop dergelijke abstracte begrippen toch enigszins concreet vorm kunnen krijgen. Het resulteerde in de NVvR-Rechterscode 2026, waarmee de Ledenraad in januari van dit jaar instemde.

 

Reflectie en dialoog

De Rechterscode gaat uit van vijf kernwaarden die zowel interne als externe werking hebben. Intern normeert de code aan welke uitgangspunten rechters zich zouden moeten houden en welk gedrag daarbij hoort. Of, zoals in de code zelf staat: ‘Het gaat niet om afdwingbare regels, maar om een leidraad voor professioneel handelen binnen en buiten de rechtszaal. De code is een handvat voor reflectie en dialoog tussen rechters over de betekenis van het rechterschap en een goede uitoefening van hun vak.’ Daarnaast is de code bedoeld om aan anderen te laten zien welk gedrag zij van rechters mogen verwachten. ‘Dat betekent dat je rechters hier ook op kan aanspreken,’ zegt Hofhuis. ‘De code is geen vrijheid, blijheid, want we normeren onszelf.’

‘Neem de kernwaarde onafhankelijkheid,’ gaat Verkleij verder. ‘Die onafhankelijkheid is niet onbeperkt. Onafhankelijkheid betekent volgens deze code dat rechters op de inhoud van een zaak geen enkele bemoeienis dulden. Maar we functioneren niet in het luchtledige. We hebben juist geformuleerd dat rechters bijvoorbeeld ook medeverantwoordelijkheid dragen voor de organisatie van het werk. Partijen hebben aanspraak op een degelijke beslissing binnen een redelijke termijn en daar speelt de rechter zelf een belangrijke rol in.’

Dit is meteen een van de redenen dat de kernwaarde “autonomie” in deze herziene code is vervallen. Bij de totstandkoming van de vorige NVvR-Rechterscode leverde dat begrip veel discussie op. ‘Het is voldoende om bij de kernwaarde “onafhankelijkheid” te vermelden dat de rechter zelfstandig beslissingen in individuele zaken neemt en geschillen beslecht, los van druk vanuit de organisatie of van buitenaf,’ legt Hofhuis uit. ‘Het begrip “autonomie” kan de onjuiste indruk wekken dat rechters in een soort isolement werken en zich niets gelegen hoeven te laten liggen aan wat collega-rechters vinden of aan het gegeven dat zij in een organisatie werken.’  

 

De derde staatsmacht

Hoewel de code gedrag reguleert, heeft de NVvR het expliciet over een rechterscode en niet over een gedragscode. Daarmee wordt ook meteen het onderscheid duidelijk tussen de Gedragscode Rechtspraak (2024), die geschreven is voor iedereen die bij de gerechten werkt, en de NVvR-Rechterscode, die uitsluitend voor rechters geldt. ‘Rechters zijn geen gewone ambtenaren, maar vormen de derde staatsmacht,’ motiveert Hofhuis deze keuze. ‘Rechters staan in geen enkele ambtelijke gezagsverhouding tot wie dan ook en zijn aan niemand ondergeschikt. Dat is een groot verschil met rechtspraakmedewerkers.’

‘Wat niet wil zeggen dat onze code geen gedrag reguleert,’ vult Verkleij aan. ‘En dat betekent op de eerste plaats dat van rechters mag worden verwacht dat zij respectvol met iedereen omgaan, met justitiabelen, andere togadragers, met de mensen in hun gerecht en met het publiek. Ik heb in het verleden best bot gedrag gezien van rechters. Deze code benoemt expliciet dat respect voor iedereen de norm is. Rechter is een dienstbaar beroep. Daar past geen arrogantie bij.’

Hofhuis: ‘Rechters hebben macht. En het gevaar van elke macht is dat iemand er teveel van krijgt. Daarom behoeft elke macht tegenmacht. Deze code helpt om de macht van rechters enigszins te beteugelen. Om elkaar aan te kunnen spreken.’

 

Klare taal

Hofhuis en Verkleij realiseren zich dat een code als deze soft law is en daarmee niet afdwingbaar. Dat kan ook niet de opzet zijn van een dergelijke code, omdat rechters een hoge mate van vrijheid hebben bij de uitoefening van hun werk. Wel kan de code behulpzaam zijn om invulling te geven aan bepaalde waarden die de beroepsgroep zelf belangrijk vindt. Hofhuis trekt de vergelijking met andere beroepscodes, zoals die van journalisten. ‘De Raad voor de journalistiek kan geen bindend juridisch oordeel geven, maar in een eventueel rechtsgeding dat later volgt, kan de rechter wel degelijk rekening houden met uitspraken die de Raad eerder heeft gedaan. Een code kan behulpzaam zijn bij de uitleg van open normen in het commune recht.’

En dan is er nog de klare taal waarin de rechterscode is geschreven. Dat is met name te danken aan Verkleij, die eerdere concepten van de code – er waren er in totaal zeven – in klare taal herschreef. ‘Degenen om wie het gaat, moeten wel begrijpen waarover we het hebben,’ vindt Verkleij. ‘En uit onderzoek blijkt dat de leesvaardigheid in Nederland behoorlijk is gekelderd. Ik hecht eraan dat burgers die met de rechtspraak te maken krijgen, kunnen volgen wat er gebeurt. Dat betekent ook dat rechters hun best moeten doen ervoor te zorgen dat mensen hun teksten snappen.’

Leden van de werkgroep

Margriet van Bruggen (Rechtbank Overijssel), Marc Fierstra (Hoge Raad), Hans Hofhuis (oud-president Rechtbank Den Haag), Lydia Heuveling van Beek (Rechtbank Den Haag), Sytse Kooistra (Rechtbank Noord-Nederland), Miek Smilde (adviseur NVvR), Jan-Paul Verboom (Rechtbank Midden-Nederland), Nicolien Verkleij (Rechtbank Den Haag), Ronny van de Water (Rechtbank Amsterdam)

De vijf kernwaarden uit de NVvR-rechterscode

Onafhankelijkheid

Rechters nemen zelfstandig beslissingen in individuele zaken en beslechten zo geschillen. Zij vormen hun eigen oordeel op basis van het recht en de feiten die partijen aandragen of die algemeen bekend zijn. Zij kunnen afwijken van wat andere rechters eerder hebben beslist, maar moeten dat wel goed motiveren. Rechters bieden weerstand aan eventuele druk van buitenaf (maatschappelijke organisaties, pers, politiek) of van binnenuit (collega’s, teamvoorzitters, gerechtsbestuur).

Onpartijdigheid

Onpartijdigheid wil zeggen dat een rechter geen (persoonlijke of nauwe) banden heeft met een partij die bij de rechtszaak betrokken is en niet bij voorbaat en zonder wederhoor een duidelijke voorkeur heeft voor (het standpunt van) een van de partijen. Rechters behandelen geen zaken waarin zij zelf twijfelen aan hun onpartijdigheid of de schijn van partijdigheid zouden kunnen oproepen. Zij trekken zich terug als een van de partijen gerechtvaardigd twijfelt aan hun onpartijdigheid. Zij behandelen alle procespartijen gelijkwaardig en zijn zich ervan bewust dat ook zijzelf vooroordelen hebben. Partijen moeten erop kunnen vertrouwen dat rechters neutraal zijn en zich niet laten leiden door persoonlijke overtuigingen of voorkeuren.

Integriteit

Omdat rechters toezien op de naleving van regels door anderen, rust op hen de plicht om het goede voorbeeld te geven. Integer gedrag is belangrijk om het gezag in de samenleving en het vertrouwen van burgers te behouden. Dat betekent dat rechters zich aan de wet houden, niet omkoopbaar zijn en geen misbruik maken van de macht die hun is toebedeeld. Rechters gaan vertrouwelijk om met informatie waarvan zij kennis nemen in de uitoefening van de rechterlijke taken en houden zich aan hun geheimhoudingsplicht. Zij laten zich in het openbaar niet uit over hun eigen zaken of over zaken van collega’s. Uitzonderingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld in het kader van onderwijs of voorlichting, maar ook dan is de rechter zich bewust van de noodzaak terughoudend te zijn. Op actuele zaken kunnen zo nodig persrechters een nadere toelichting geven.

In concrete zaken brengt integriteit mee dat de rechter alle partijen met respect behandelt. Integriteit betekent ook openstaan voor advies en commentaar op het eigen handelen en collega’s durven aanspreken op houding en gedrag die niet bij rechters horen.

Deskundigheid

Rechters houden hun juridische vakkennis op peil en scholen zich regelmatig bij op het gebied van gedrag en vaardigheden. Ze overleggen met collega’s over de ontwikkeling van het recht en hebben oog voor de maatschappelijke context en sociale verhoudingen. Rechters zijn zich bewust van het belang van rechtseenheid, maar kunnen vaste jurisprudentie ter discussie stellen als daarvoor naar hun oordeel voldoende grond bestaat. Zij zijn bereid om zich te specialiseren als de inhoudelijke kwaliteit binnen een gerecht daarmee is gediend.

Professionaliteit

Rechters werken nauwgezet, voortvarend en met toewijding. Zij wegen de inhoudelijke kwaliteit van de uitspraken zorgvuldig af tegen het belang van tijdige rechtspraak. Op de zitting zorgen zij voor een heldere procesvoering. Rechters communiceren duidelijk en respectvol en garanderen hoor en wederhoor. Zij motiveren hun beslissingen, mondeling of schriftelijk, op zo’n manier dat de partijen en andere geïnteresseerden die kunnen begrijpen.

De volledige tekst van de NVvR-Rechterscode vindt u hier.

Gerelateerde berichten