Actueel
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarschuwt in een onlangs verschenen rapport dat financiële instellingen politiek prominente personen (PEP’s) niet automatisch als hoog risico mogen behandelen, maar per geval risico gebaseerd moeten beoordelen. Raadsheren in de Hoge Raad, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven vallen onder de PEP-definitie, maar volgens de AFM moet het concrete risico op witwassen en terrorismefinanciering altijd afzonderlijk worden gewogen. Het enkele feit dat sprake is van een PEP mag niet zonder meer leiden tot de kwalificatie ‘hoog risico’.
Wat het rapport zegt
De AFM stelt dat maatwerk essentieel is: niet elke PEP levert hetzelfde witwas- of corruptierisico op en nationaliteit mag niet als zelfstandig risicocriterium worden gebruikt. Ook benadrukt de toezichthouder dat financiële ondernemingen duidelijke definities moeten hanteren, een goede opleiding, een herleidbare vastlegging en blijvende monitoring moeten inrichten.
Gevolgen voor hoogste rechters
Voor rechters in de hoogste rechterlijke colleges betekent dit in de praktijk dat financiële instellingen wel aanvullend onderzoek mogen doen, maar slechts op basis van concrete risicofactoren en niet op basis van een standaard 'hoog risico'-label. Als van een persoon de PEP-status wijzigt, bijvoorbeeld door een nieuwe benoeming of het einde van een functie, moet dat tijdig worden gesignaleerd en verwerkt in het risicoprofiel.
Waarom dit relevant is
De AFM wijst erop dat onjuiste of te brede PEP-classificaties kunnen leiden tot onnodig zware controles en mogelijk ongerechtvaardigd onderscheid. Tegelijk blijft de instelling zelf verantwoordelijk, ook als zij een extern bureau inschakelt.
Lees hier het rapport van de AFM.