Actueel
De NVvR is recent bijgepraat door de stuurgroep doorontwikkeling rechtspraakbreed toetsingsinstrument civiele en bestuursrechtelijke vonnissen. Naar aanleiding van dit gesprek heeft de NVvR in een brief aan de stuurgroep een aantal zorgen geuit. NVvR-voorzitter Rosa Jansen pleit voor een nadere bezinning op het waarom, wat en hoe van het toetsingsinstrument alvorens dit, ook in pilotvorm, in te zetten.
Uit het gesprek is onder meer gebleken dat externe verantwoording inmiddels het enige doel van de toetsing is geworden. Jansen: “Volgens de stuurgroep ligt er politieke druk op het afleggen van verantwoording over de kwaliteit van uitspraken. We begrijpen dat externe verantwoording belangrijk kan zijn, maar ik vraag me sterk af of er méér verantwoording gegeven moet worden dan nu al het geval is. De rechtspraak is immers openbaar, de uitspraken zijn in te zien, de inhoudelijke lijnen van beroep en cassatie werken naar behoren en de financiën van de rechtspraak worden jaarlijks keurig verantwoord.”
Naast de hierboven genoemde hoofdzorg, ziet de NVvR nog andere bezwaren aan de huidige pilot. Op hoofdlijnen zijn dat:
De NVvR onderschrijft dat het ontwikkelde instrument zich niet leent voor de feedbackfunctie. Jansen: “Wij raden de stuurgroep met klem aan om nog eens heel kritisch naar dit traject te kijken en denken dat “het goede gesprek” tussen collega’s de insteek moet zijn: zo spreken zij “peer-to-peer” over hun vak en hun ambachtelijke kwaliteit. Rechters met rechters en raadsheren met raadsheren of gemengd, op basis van gelijkwaardigheid. Dat het ontwikkelen van een dergelijk middel geld en tijd kost, is gelet op de continue focus op kwaliteitsbehoud en bevordering, een zeer verantwoorde investering. Om die redenen zijn we tot de conclusie gekomen dat het project (in deze opzet) geen doorgang zou moeten vinden, ook niet in de pilotfase.”
Lees hier de volledige brief van het NVvR-bestuur aan de stuurgroep.