Adviezen
In een lopend opsporingsonderzoek mag informatie afkomstig van een verschoningsgerechtigde (zoals een advocaat) niet worden gebruikt zonder toestemming van de rechter. Het is nu nog aan de rechter-commissaris om deze informatie te filteren uit de vaak enorme hoeveelheden informatie die opsporingsambtenaren verzamelen. In de praktijk zorg dit voor enorme, soms jarenlange vertraging van het strafproces. De wetgever wil het proces rond het verschoningsrecht daarom aanpassen. Er komt één procedure voor zowel informatie die bij een functioneel verschoningsgerechtigde en als informatie die bij een ander wordt aangetroffen. De verantwoordelijkheid voor filtering komt in handen van de officier van justitie, waarna een rechter-commissaris alleen nog de informatie controleert die mogelijk verschoningsgerechtigd materiaal bevat.
De Wetenschappelijke Commissie (WeCo) van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak juicht de uniforme procedure toe en verwacht dat de rechter-commissaris op die manier wordt ontlast. De WeCo vindt het verdedigbaar dat de politie en de officier van justitie meer verantwoordelijkheid krijgen en wijst erop dat verschoningsgerechtigden zelf ook een rol hebben.
Het zou volgens de WeCo goed zijn als belanghebbende organisaties, zoals de Orde van Advocaten en het Openbaar Ministerie, overleg voeren over een gezamenlijk kader. De nog op te stellen algemene maatregel van bestuur is mede bepalend voor de precieze invulling van de filteringsprocedure. De WeCo wijst er verder op dat er waarborgen zijn om onzorgvuldige filtering tegen te gaan. De rechter kan een processuele sanctie opleggen en ook de procureur-generaal bij de Hoge Raad houdt zijn bevoegdheid om in te grijpen.