Adviezen

Gebiedsverbod ter bescherming van slachtoffers en nabestaanden ernstige geweldsdelicten

Gebiedsverbod ter bescherming van slachtoffers en nabestaanden ernstige geweldsdelicten

De Wetenschappelijke Commissie (WeCo) heeft een kritisch advies geschreven over het initiatiefwetsvoorstel ‘Wet zelfstandig gebiedsverbod ter bescherming van slachtoffers en nabestaanden’ van de Kamerleden Eerdmans en Ellian. In dit wetsvoorstel wordt de rechter verplicht om een gebiedsverbod van tenminste tien jaar op te leggen aan daders van ernstige gewelds- levens- en zedendelicten. De voorgestelde regeling

De Wetenschappelijke Commissie (WeCo) heeft een kritisch advies geschreven over het initiatiefwetsvoorstel ‘Wet zelfstandig gebiedsverbod ter bescherming van slachtoffers en nabestaanden’ van de Kamerleden Eerdmans en Ellian. In dit wetsvoorstel wordt de rechter verplicht om een gebiedsverbod van tenminste tien jaar op te leggen aan daders van ernstige gewelds- levens- en zedendelicten. De voorgestelde regeling biedt volgens de WeCo te weinig mogelijkheid voor maatwerk en zorgt voor potentiële willekeur en voor onevenwichtige wetgeving. De Kamerleden leggen volgens de WeCo onvoldoende uit waarom het doel – het voorkomen van confrontaties met daders – rechtvaardigt dat de vrijheid van de rechter bij de straftoemeting teniet wordt gedaan.

Volgens de opstellers van het wetsvoorstel moeten slachtoffers en nabestaanden van ernstige delicten beter worden beschermd tegen onverwachte en ongewenste ontmoetingen met afgestrafte daders. De strafrechter zou daarom verplicht een gebiedsverbod moeten opleggen aan daders van ernstige delicten. Na hun gevangenisstraf zouden deze daders minimaal tien jaar niet meer in het gebied rondom de woning van het slachtoffer mogen komen (in een straal van minimaal 5 km rondom het huis ). De WeCo onderkent het belang van slachtoffers en nabestaanden en verwijst daarbij onder andere naar het WODC-rapport Het gebiedsverbod in perspectief (2023). Het is echter aan de rechter om te bepalen wat passend en nodig is in een concrete zaak. Bovendien maakt het wetsvoorstel inbreuk op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op bewegings- en vestigingsvrijheid. Die rechten gelden voor iedere burger, ook voor afgestrafte daders.