De geschiedenis van de NVvR in vogelvlucht*
Vereeniging voor Kinder- en Politierechtspraak
Op 6 oktober 2003 bestond de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak precies 80 jaar. Dit werd gevierd met een jubileumcongres in Amersfoort, de stad waar de voorloopster van de NVvR de Vereeniging voor Kinder- en Politierechtspraak in 1923 was opgericht.
De oprichting nauw verband met de instelling van een tweetal nieuwe rechterfuncties: de kinderrechter en de politierechter. Beide waren in december 1921 bij wet totstandgekomen. In de laatste maanden van het jaar daarop hielden zij hun eerste zittingen. In deze beginperiode viel heel wat pionierswerk te verrichten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de pasbenoemde rechters de handen ineensloegen. Op 30 december 1922 kwamen zij voor het eerst bijeen. Het bleek een succes dat om voortzetting vroeg. Op 6 oktober van het jaar daarna volgde een tweede vergadering, waarop men besloot tot de stichting van een vereniging over te gaan: de Vereeniging voor Kinder- en Politierechtspraak (VvKPR). Heel anders dan vandaag de dag het geval is, bekommerde deze vereniging zich uitdrukkelijk niet om de materiële belangen van haar leden. De leden hielden zich voornamelijk bezig met de bestudering van onderwerpen die de kinder- en politierechtspraak raakten; daarnaast ging men de boer op om zich door middel van bezoeken aan gestichten en inrichtingen op de hoogte te stellen hoe vonnissen ten uitvoer werden gelegd. Zij toonden veel belangstelling voor psychologie, (forensische) psychiatrie en sociologie, en werkten geregeld samen met de kinderbescherming.
Vereeniging voor Strafrechtspraak
Enige jaren later werd besloten het werkterrein van de vereniging uit te breiden naar het gehele terrein van de strafrechtspraak. In 1927 werd haar naam officieel omgedoopt in Vereeniging voor Strafrechtspraak (VvSR), een naam die ze tot in de jaren vijftig zou dragen. Net als in de jaren twintig waren er ook nu geluiden om de vereniging meer het karakter van een belangenvereniging te geven, maar steeds werd dit in strijd met de rechterlijke waardigheid geacht. Deze waardigheid kon onaangetast blijven doordat de magistraten in de vooroorlogse jaren over voldoende financiële middelen beschikten; veel magistraten behoorden tot de hogere burgerij of waren van adel, en het adagium ‘his lordship doesn’t want to discuss his salary’ werd door velen hoog in het vaandel gedragen. Een belangenvereniging had dus nog geen bestaansgrond, al begon het systeem, waarin rechters zo goed als hun hele carrière in financiële onafhankelijkheid van ‘s Rijks middelen konden opbouwen, scheuren te vertonen.
De snelle ontwikkeling van de maatschappijwetenschappen sterkten de strafrechters in de overtuiging dat de rechter gedurende zijn hele loopbaan behoefte had aan bijscholing, aan éducation permanente. De VvSR ontwikkelde aan het begin van de jaren dertig een gedetailleerd plan om éducation permanente voor de reeds benoemde én de aankomende rechters mogelijk te maken. Het departement van Justitie was aanvankelijk bereid de benodigde cursusgelden op tafel te leggen, maar de economische crisis gooide roet in het eten.
De oorlogsjaren, waarin het imago van de rechterlijke macht een zware deuk op zou lopen, mede door de houding van de Hoge Raad, betekenden voor de VvSR een periode van groei. Men vond in haar vergaderingen de gelegenheid om onder elkaar te zijn. De bijeenkomsten werden bezocht door aantallen die tot in de jaren zeventig zelden geëvenaard zijn. Men was zich echter bewust van het feit dat het niet de tijd was voor grootse strafrechterlijke experimenten zoals men die voor de oorlog had trachten te verwezenlijken: men vergaderde over de vraag of de toga aanpassing behoefde en of de politierechter de verdachten diende te tutoyeren.
Van VvSR via VvR naar NVvR
Na de bevrijding lijkt men een inhaalslag te willen maken. In 1946 wordt de interne organisatie van de VvSR geordend door de inrichting van secties voor kinderrechtspraak, economische rechtspraak en openbaar ministerie. Kort daarna komt daar nog de sectie kantonrechtspraak bij. Een jaar later wordt de eerste vrouwelijke rechter benoemd. In de jaren vijftig worden de plannen voor de georganiseerde opleiding weer uit de kast gehaald. De Vv(S)R ging zich intensief beziggehouden met de uitwerking van de opleidingsplannen en zorgde ervoor dat de opleiding in handen kwam van de rechterlijke macht. Zij stond aan de wieg van de Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR) en bedong dat de meerderheid van het bestuur van de SSR lid van de rechterlijke macht, lees: van de VvR diende te zijn. In 1957 resulteerde dit in de instelling van de rechterlijk ambtenaar in opleiding (raio).
In deze periode veranderde de vereniging tweemaal van naam. De VvSR werd eerst omgedoopt in Vereniging voor Rechtspraak (VvR) en vanaf 1957 in Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR). De naamswijziging verliep vrijwel geruisloos. De grens met de burgerlijke rechtspraak was al vervaagd en zonder bezwaren van het verenigingsbestuur overschreden. Voortaan zou de NVvR de hele rechterlijke macht vertegenwoordigen.
In deze tijd breidde de vereniging haar horizon uit tot over de grenzen door zich aan te sluiten bij de International Association of Judges, die kort daarvoor was opgericht.
Om al deze verplichtingen te kunnen vervullen, moest de vereniging aankloppen bij het Ministerie van Justitie. Ondertussen bleek uit een incident, dat de geschiedenis is ingegaan als de gratificatiekwestie, dat veel leden van de rechterlijke macht allang niet meer dat dédain tegenover geldzaken hadden dat voor de oorlog gemeengoed was. Twistpunt in deze kwestie was de vraag of de gratificatie die rijksambtenaren na vervulling van een bepaald aantal dienstjaren toegekend kregen, ook aan leden van rechterlijke macht verstrekt diende te worden. In eerste instantie stemde een meerderheid tegen; enige jaren later echter bleken de meeste leden voor aanvaarding van een gratificatie te zijn. De kwestie maakte duidelijk dat de vereniging niet langer een studie- en gezelligheidsvereniging was, maar dat zij ook diende op te komen voor de materiële rechtspositie van haar leden.
De jaren zestig - negentig laten een serie geleidelijke maar ingrijpende wijzigingen van de rechterlijke organisatie zien. De NVvR heeft aan de totstandkoming van deze wijzigingen bijgedragen door middel van talrijke adviezen aan en overlegrondes met het Ministerie van Justitie. Van een gezelligheidsvereniging evolueerde zij naar een belangenorganisatie; in onderhandelingen over zaken die de materiële rechtspositie van leden van de rechterlijke macht raken is zij de enige door de Minister van Justitie erkende overlegpartner.
In de loop van de jaren 90 is de aansturing van het Openbaar Ministerie door de Minister van Justitie drastisch gewijzigd. Het College van procureurs-generaal nam (in mandaat) taken van het Ministerie over. Dit bracht een geleidelijke wijziging van de positie van de NVvR met zich mee. Hoewel enigszins te vergelijken, waren veel zichtbaarder voor de wijziging in de aansturing van de rechtbanken de instelling van de Raad voor de rechtspraak. De NVvR had voor die tijd op informele wijze wel enige medeverantwoordelijkheid in die aansturing, vooral omdat op die wijze de afstand tussen de minister en de gerechten waar het de rechtspraak betrof werd vergroot, maar toch enige aansturing mogelijk was. In die zin vertegenwoordigde de NVvR ‘de rechtspraak’ ten opzichte van de minister. De veranderingen door de instelling van de Raad maakten aan die positie een einde. Sedertdien is in de ogen van de NVvR een heldere afbakening zichtbaar: De Raad vertegenwoordigt vooral de gerechten, de NVvR (het collectief) van rechters en officieren. Door de veranderingen die het gevolg waren van de instelling van de Raad werd ook de nieuwe positie van het College duidelijker. Raad en College zijn op dit moment vaak tezamen overlegpartner van de NVvR op het terrein van secundaire arbeidsvoorwaarden, loopbaanbeleid, opleiding, etc.
Op 6 oktober 2003 vierde de NVvR haar tachtigjarig bestaan. In de tachtig jaar die de NVvR nu achter zich heeft, loopt als een rode draad een steeds hechter wordende betrokkenheid bij de rechterlijke organisatie. Ooit begonnen als een overlegorgaan van enkele bevlogen kinder- en politierechters, heeft de NVvR zich ontwikkeld tot een organisatie die activiteiten ontplooit op zo goed als alle gebieden van de rechtspleging en waarvan inmiddels ruim 75 procent van de rechters en officieren van justitie lid is.
*] De eerste 75 jaar van de NVvR zijn door historicus Joachim Adriaanse beschreven in het boek ‘Mits op waardige wijze’. Bovenstaande samenvatting is mede gebaseerd op dit boek.