CAO-afspraken RM

Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke macht (1/8/2007 tot 31/12/2010)
’s-Gravenhage, 28 november 2007

Op deze pagina vindt u de actuele Arbeidsvoorwaardenovereenkomst van de sector Rechterlijke macht (1/8/2007 tot 21/13/2010). Voor meer informatie over deze overeenkomst kunt u contact opnemen met het bureau van de NVvR: 070-3611420.

De salaristabellen voor de Rechterlijke Macht vindt u hier (pdf-bestand).

Inhoudsopgave

  1. Looptijd
  2. Inkomensontwikkeling
  3. Beperking buitengewoon verlof
  4. Onkostenvergoeding ex Besluit onkostenvergoeding Rechterlijke Ambtenaren en Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak
  5. Aanpassing PAS inhouding bij langdurige ziekte
  6. Bovenwettelijke WW
  7. Rechtspositie “35 minners”
  8. Vakantie-uren
  9. Modernisering loopbaanbeleid ten aanzien van voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren
  10. Mogelijkheid tot afwijken naast hogere inschaling
  11. Levensfasegericht personeelsbeleid/arbeidsmarktpositie
  12. Contingenteringsafspraken tweede lijn

 

1. Looptijd

Deze overeenkomst heeft een looptijd van 1 augustus 2007 tot en met 31 december 2010.

2. Inkomensontwikkeling

De schaalbedragen worden structureel als volgt verhoogd:

  • per 1 augustus 2007: 1,3%
  • per 1 april 2008: 2,0%
  • per 1 april 2009: 2,0%

De procentuele eindejaarsuitkering van 1,6% (niveau 2006) wordt als volgt verhoogd:

  • 2007: van 1,6% met 1,2% naar 2,8%
  • 2008: van 2,8% met 1,2% naar 4,0%
  • 2009: van 4,0% met 1,4% naar 5,4%
  • 2010: van 5,4% met 2,9% naar 8,3%

De nominale eindejaarsuitkering wordt met ingang van 1 augustus 2007 omgezet in een verhoging van het maandsalaris met 102 euro. Het tot 1 augustus 2007 al opgebouwde deel van de nominale EJU voor 2007 wordt uitgekeerd in de maand november 2007.    

Partijen hebben afgesproken om met ingang van 1 augustus 2007 trede 2 in salariscategorie 12 te verhogen tot een bedrag van 2666,11 euro (salarisniveau 1 januari 2007).

De bovengenoemde structurele verhogingen van het salaris en de eindejaarsuitkering zijn pensioengevend en werken door naar de reeds ingegane wachtgelden en uitkeringen.

Bij het onderzoek naar het life-time salaris van rechterlijke ambtenaren zal de salarispositie van raio’s alsmede de salarispositie in het auditeurs– en substituutjaar betrokken worden.

3. Beperking buitengewoon verlof

Partijen constateren dat de praktijk van het verlenen van buitengewoon verlof voor rechterlijke ambtenaren gelijk is aan die voor rijksambtenaren en hebben de intentie die praktijk zo snel mogelijk te formaliseren. Vanaf 1 januari 2008 zal geen buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging meer verleend worden bij verhuizingen op eigen verzoek, ondertrouw, overlijden van verwanten in de 3e of 4e graad en bij ambts- of huwelijksjubilea. Indien de rechterlijk ambtenaar in deze gevallen verlof wil opnemen zal hij daartoe in de gelegenheid worden gesteld. Buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging bij het huwelijk van de rechterlijk ambtenaar zelf wordt met ingang van 1 januari 2008 beperkt tot twee dagen en bij huwelijk van verwanten in de 1ste en 2de graad tot één dag. Het streven is er op gericht om de betreffende regelgeving per 1 april 2008 aangepast te hebben.

4. Onkostenvergoeding ex Besluit onkostenvergoeding Rechterlijke Ambtenaren en Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak

a) Vanaf 1 januari 2008 zal aan de gedeeltelijke arbeidsgeschikte rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding, na het jaar waarin betrokkene ziek werd en het daarop volgende kalenderjaar,

  • indien hij voor 50% of meer van een volledige betrekking arbeidsgeschikt is de algemene onkostenvergoeding worden toegekend, die hij zouden hebben ontvangen indien hij geheel arbeidsgeschikt zou zijn en
  • indien hij voor minder dan 50% van een volledige betrekking arbeidsgeschikt is, een algemene onkostenvergoeding worden toegekend die een met zijn feitelijke werktijd overeenkomend deel bedraagt van de vergoeding die hij zou hebben ontvangen indien hij geheel arbeidsgeschikt zou zijn.

b) Bij het verlenen van buitengewoon verlof van een maand of meer met of zonder behoud van bezoldiging zal aan een rechterlijk ambtenaar of een rechterlijk ambtenaar in opleiding geen algemene onkostenvergoeding meer worden toegekend. Indien verlof voor een gedeelte van de voor de rechterlijk ambtenaar geldende arbeidsduur wordt verstrekt, wordt de onkostenvergoeding,

  • indien voor 50 % of meer buitengewoon verlof verleend wordt,  toegekend naar rato van het aantal uren dat de rechterlijk ambtenaar geen buitengewoon verlof geniet;
  • indien voor minder dan 50% buitengewoon verlof wordt verleend, wordt de volledige onkostenvergoeding toegekend.

Het streven is er op gericht om de regelgeving per 1 april 2008 gewijzigd te hebben.

5. Aanpassing PAS inhouding bij langdurige ziekte

De PAS-inhouding zal bij ziekte langer dan 52 weken verlaagd worden naar 70% van de oorspronkelijke inhouding op het moment dat het inkomen daalt naar 70% als gevolg van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte. Het streven is er op gericht om de betreffende regelgeving per 1 april 2008 gewijzigd te hebben.

6. Bovenwettelijke WW

De bovenwettelijke WW-regeling dient te worden aangepast aan de per 1 oktober 2006 ingevoerde wijzigingen van de WW. Partijen onderschrijven het uitgangspunt dat de wijzigingen in de WW vertaald worden in dienovereenkomstige wijzigingen van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkeloosheid van rechterlijke ambtenaren. Nader overleg over de precieze vertaling en daarmee samenhangende formuleringen dient nog te volgen. Uitgangspunt bij het overleg is het volgen van de bovenwettelijke WW regeling van de sector Rijk.

Partijen hebben afgesproken dat de termijn waarbinnen het overleg in de sector RM moet zijn afgerond eindigt op 31 oktober 2007.

7. Rechtspositie “35 minners”

Rechterlijke ambtenaren (in opleiding) met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35% vallen niet onder de werkingssfeer van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Partijen spreken af dat functionele autoriteit en rechterlijk ambtenaar een uiterste inspanning leveren om de rechterlijk ambtenaar in dienst te houden dan wel herplaatst te krijgen. Alleen indien er zwaarwegende belangen zijn die zich verzetten tegen het in dienst houden, behoort ontslag voor deze rechterlijke ambtenaren tot de mogelijkheden. Er is sprake van zwaarwegend dienstbelang als het in dienst houden van een rechterlijk ambtenaar die minder dan 35% arbeidsongeschikt is leidt tot ernstige problemen voor de organisatie, in financiële zin, in organisatorische zin of op het gebied van de bedrijfsvoering.

De rechterlijk ambtenaar (in opleiding) die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, heeft ingeval er sprake is van inkomensverlies omdat hij minder uren en/of op een lager niveau moet gaan werken, voor een periode van maximaal vijf jaar recht op een aanvullende uitkering ter grootte van 70% van het verschil tussen de oude bezoldiging en de nieuwe bezoldiging. De uitkering maakt deel uit van het pensioengevend inkomen en behoort tot het loon voor de berekening van de loonheffingen. Het streven is er op gericht om de betreffende regelgeving per 1 januari 2008 in werking te laten treden.

De hiervoor aangegeven regeling geldt tot en met 31 december 2010. De regeling zal in het SORM in 2010 geëvalueerd worden.

8. Vakantie-uren

Partijen spreken af dat de functionele autoriteit de rechterlijk ambtenaar (in opleiding) op zijn verzoek kan toestaan om:

  • in bijzondere individuele gevallen af te wijken van de op grond van artikel 31 Wrra berekende vakantieaanspraak die maximaal naar een volgend kalenderjaar overgeboekt mag worden;
  • in enig kalenderjaar meer uren vakantie op te nemen dan zijn aanspraak tot en met het lopende jaar bedraagt, met dien verstande dat de opgenomen vakantie de aanspraak tot en met het lopende jaar niet met meer dan 57,6 uur mag worden overschreden. Voor de rechterlijk ambtenaar met onvolledige werktijd wordt dit aantal uren van de maximaal toegestane overschrijding verminderd naar evenredigheid van de werktijd. De in een kalenderjaar teveel genoten vakantie wordt in mindering gebracht op de aanspraak op vakantie over het eerstvolgende kalenderjaar.

Het streven is er op gericht om de betreffende regelgeving per 1 januari 2008 in werking te laten treden.

9. Modernisering loopbaanbeleid ten aanzien van voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren

Bij het bevorderen van bekwaamheid en deskundigheid behoort ook dat de rechterlijke professional aanspreekbaar is op zijn ontwikkeling en functioneren. De bestaande wetgeving t.a.v. de voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar (artikel 46a Wrra) spreekt van evaluatiegesprekken. In het kader van de modernisering van het loopbaanbeleid wordt een verkennend onderzoek verricht naar de mogelijkheid en wenselijkheid om deze gesprekken als functioneringsgesprekken vorm te kunnen geven. De resultaten van dit onderzoek worden in het SORM besproken.

10. Mogelijkheid tot afwijken naast hogere inschaling.

Partijen spreken af dat in individuele gevallen positief afgeweken kan worden van de toepassing van artikel 14 Wrra (de bezoldiging bij een opvolgende benoeming) als er sprake is van een opvolgende benoeming na afronding van de opleiding (de zgn. buitenstaanders), danwel er sprake is van een opvolgende benoeming na een periode van waarneming (of vergelijkbaar). In het laatste geval kan bij de vaststelling van het salaris worden uitgegaan van het feitelijk genoten salaris tijdens de waarneming, d.w.z. het schaalbedrag, vermeerderd met de waarnemingstoelage (of vergelijkbaar).

Het streven is er op gericht om de betreffende regelgeving per 1 januari 2008 in werking te laten treden.

11. Levensfasegericht personeelsbeleid/arbeidsmarktpositie

Partijen spreken af een verkennend onderzoek te doen – op basis van arbeidspatronen binnen de sector Rechterlijke Macht – naar levensfasegericht personeelsbeleid bij professionele organisaties waar vergelijkbare vraagstukken spelen. Het onderzoek kan opleveren dat nieuwe arbeidsvoorwaardelijke instrumenten worden ontwikkeld en ingevoegd, danwel dat bestaande arbeidsvoorwaardelijke instrumenten worden afgeschaft of gemoderniseerd, waarbij onder andere gedacht kan worden aan de PAS regeling ex artikel 38d Brra in relatie tot de mogelijkheid van deeltijdpensioen.

12. Contingenteringsafspraken tweede lijn

In de afspraken over het loon- en functiegebouw, zoals die in september 2006 gemaakt zijn, zijn geen “contingenteringsafspraken” voor de tweede lijn gemaakt.

Partijen zijn van mening dat zo spoedig mogelijk in 2008 een uitbreiding van contingenteringsafpraken naar de tweede lijn gewenst is. Deze contingenteringsafspraak luidt dat voor de Rechtspraak een 50/50 verhouding tussen raadsheren en senior raadsheren (nu nog vice-presidenten hoven) gerealiseerd wordt. Voor het Openbaar Ministerie betreft het een contingent van 8 tot maximaal 10 functionarissen (senior-AG’s).

Getekend te ’s-Gravenhage,
28 november 2007.

De Minister van Justitie
E.M.H. Hirsch Ballin

De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak
de voorzitter,
R.F.B. van Zutphen

de secretaris,
J. Westhoff

Zoek    
print verstuur